karmeliet"Op 28 oktober 1347 werden de statuten van de Brugse factorij in de refter van het klooster van de karmelieten vastgesteld."
Als je dan op zoek gaat naar dit deel van de Hanzegeschiedenis dan kan je voor verrassingen komen te staan. In de zoekttocht stuit je op ongeschoeide en geschoeide karmelieten. En letterlijk ... voor je het weet denk je op een geschiedkundig interessante plek te staan, maar sta je in de 'verkeerde' refter. 

Deze wat cryptische omschrijving over karmalieten en Hanze behoeft enkele toelichting. Een factorij is een kleine nederzetting, van waaruit handel werd bedreven met het moederland. De kooplieden uit de Hanzesteden die handelden in Brugge waren verplicht lid.

Op zoek naar de plek waar de statuten van de factorij zijn vastgesteld, bezochten wij het Karmelietenklooster aan de Ezelstraat in Brugge. Na een telefoontje werden we toegelaten en kregen we de mogelijkheid om de refter (eetzaal) van het klooster te bezichtigen. Op een vraag van de pater in welke periode dit speelde bleek dat het hier onmogelijk gebeurd kon zijn. De vaststelling van de statuten vond plaats in de 14e eeuw, terwijl dit klooster in 1633 werd gesticht.

Wat is hier aan de hand ? De orde van de karmelieten (de naam is afkomstig van de berg Karmel in Israël waar zich de oorsprong van het klooster bevindt) is een rooms-katholieke bedelorde, die zich onderscheidt van de andere orden doordat ze in plaats van de individuele armoede juist de collectieve armoede belijdt. Voor hun onderhoud zijn ze afhankelijk van hun eigen arbeid en van aalmoezen. De veertiende eeuw is de Gouden Eeuw voor de orde van de karmelieten; zowel op intellectueel als op spiritueel vlak zijn er steeds ontwikkelingen. Er worden veel nieuwe kloosters gesticht en er wordt ook veel aandacht besteed aan de intellectuele vorming van de leden. Deze intellectuele bloei ligt echter, samen met het Westers Schisma (1378-1417) en de grote pestepidemie (1347-1354), ook aan de basis van het verval dat de Karmel op vele plaatsen meemaakt vanaf het einde van de 14e eeuw. De hierbij ontstane misbruiken doen al spoedig verlangen naar hervorming. De meest effectieve hervorming komt tot stand onder Theresia van Ávila. De pijlers ervan zijn armoede, gebed en afzondering. In 1568 ontstaat het eerste klooster van de ongeschoeide karmelieten. Vanaf dit ogenblik bestaat er dus een scheiding tussen de geschoeide en de ongeschoeide karmelieten.

In Brugge zijn er geschoeide en ongeschoeide karmelieten geweest. Het klooster aan de Ezelstraat is van de ongeschoeide Karmelieten. Hier zijn dus niet de statuten van de factorij vastgesteld. Dit gebeurde in het geschoeide kamelietenklooster aan de Carmerstraat.

Het klooster stond waar nu het Sint-Leocollege is, met name op de hoek van de Carmersstraat en de Elisabeth Zorghestraat. De orde van de Geschoeide Karmelieten kwam zich omstreeks 1263 in de buurt van de Blanchardsbrug - de latere Carmersbrug - vestigen. Gravin Margareta van Konstantinopel schonk hen het terrein waarop ze hun klooster oprichtten. Op 4 november 1796 werden de karmers verjaagd door de Franse bezetter en het geheel werd als "nationaal goed" verkocht en gesloopt.

Joomla templates by a4joomla