Regelmatig komt er een onderwerp voorbij waarbij je denkt.... daar wil ik meer over weten. Twee boeiende verhalen....

Zwolse sagen en legendes

Zwolle068Op het Bethlehems Kerkplein zien we een statig gebouw recht op de oude kloosterkerk van het convent Bethlehem gebouwd. Het statige gebouw met de blauw-witte Zwolse luiken was voor de Reformatie de eetzaal of de Refter van de Augustijner Koorheren, later Kapittelheren van Windesheim genoemd. Onder dit pand bevinden zich

de oudste gewelvenkelders van Zwolle. Deze kelders hebben de stadsbrand van 1324 doorstaan evenals de kloosterkerk die uit 1309 dateert. Vanuit deze kelders zijn talrijke dichtgemetselde doorgangen te zien in westelijke en oostelijke richting. Nog steeds wijzen oude Zwollenaren de plekken aan waar in de middeleeuwen onderaardse gangen liepen. Het onderaardse gangensteltsel verbond kloosters, het oude raadhuis en andere belangrijke gebouwen met elkaar. In de middeleeuwen zijn alle huizen nog niet van steen.

Talrijke houten huizen werden bij de stadsbranden prooi der vlammen en via deze vluchtgangen kon je andere kelders bereiken en zelfs de stad uitvluchten. In de zogenaamde St. Lucienacht worden de gangen met name genoemd als soldaten van de Utrechtse bisschop in het geheim de stad inkomen om de gildemeesters en oldermannen te omsingelen rondom het Stadswijnhuis. Bij graafwerkzaamheden rondom het stadhuis zijn in 1973 veelvuldig gewelven aangetroffen. Vooreerst worden de gewelven en kelders toegeschreven aan waterkelders. Maar de rasechte Zwollenaar weet wel beter, ze zijn ervan overtuigd dat onderaarde gangen nog steeds ergens diep onder de grond verborgen moeten liggen. Een van de gangen zou onder de stad doorlopen en voorbij het bastion "De Suikerberg" uit moeten komen. Op het bastion "De Eekwal" vindt men nog tot op de dag van vandaag tussen twee grote herenhuizen sporen van gangen die naar de binnenstad leiden. Ook op het gasthuisplein zijn onlangs nog sporen gevonden van deze onderaardse gangen.Ook het trappenhuis van de Bethlehemkerk laat ook in ingang zien naar de verdwenen ondergrondse gangen.

Aanval op de Noorderbergpoort

NoordenbergpoortSonoy had een aanvalstactiek bedacht waarmee de Staatse troepen de Noorderbergpoort, en de daar deel van uitmakende Noorderbergtoren, konden veroveren. Hij wilde dit bewerkstelligen door middel van het graven van tunnels die de belegeraars in de stad zouden brengen. Na verloop van tijd ontdekten de belegerden deze tactiek echter en zij begonnen met het graven van tunnels in tegengestelde richting. Op 3 september was het zo ver dat beide partijen elkaar ondergronds tegenkwamen. Troepen uit de stad waren hierop voorbereid en zij bliezen giftige rook in de gangen. Bij de gevechten die hierop volgden, werden de belegeraars verdreven. De dagen erna vonden er weer gevechten plaats in de gangen en de aanvallers rukten daarbij steeds verder op in de richting van de stad. De Duitse verdedigers sloten uiteindelijk het gangenstelsel van hun kant af met een zwaar ijzeren hek. De Noorderbergtoren was door de beschietingen vanaf de schans van Sonoy gaan wankelen, waarna de top van de toren op 27 september eraf viel. De val van het dak maakte zoveel lawaai, dat het "van binnen waanen deed, dat het gansche gebouw daar heen viel, en hun een storm was naakende." Hierbij vielen echter geen gewonden.
Overdag schoten de Staatse troepen van hun gemaakte schans met kanonnen op de stad. Ze schoten echter maar 10 tot 20 kanonskogels per dag af, die amper schade toebrachten aan de stad. Na verloop van tijd werd het aantal schoten wel verhoogd, maar dit had weinig effect. Een aantal buiten de stad gelegen aanzienlijke gebouwen, zoals het Stift Ter Hunnepe aan de Schipbeek, het Convent van Diepenveen en het Hof te Kolmenschate werden gedurende het beleg wel verwoest.

Joomla templates by a4joomla