Lang geleden werd in de Noorse wateren veel kabeljauw gevangen. Met name in de buurt van Lofoten. Deze kabeljauw werd aan rekken te drogen gehangen. Tegen de tijd dat de vis gedroogd en hard was, werd deze naar Bergen gebracht. De vissers waren er in de Hanze tijd van verzekerd dat de vis afgezet kon worden in Bergen. En de handelaren in Bergen hadden zo weer de mogelijkheid om andere producten, zoals wijn, pelsen, barnsteen, granen, te kopen. Van Bergen werd de vis door de Bergenvaarders verscheept door heel Europa.

Bergen-StokvisDe aan de stok gedroogde vis heet, hoe is het toch mogelijk, stokvis. Voordeel van de stokvis is dat deze tot maximaal een jaar bruikbaar is. Dus ook geschikt om mee te nemen op lange handelsreizen. Maar een hard gedroogde vis is niet smakelijk. Om deze eetbaar te maken wordt deze volgens een niet al te eenvoudig proces geweekt. Het water, maar het gebeurt ook wel met melk, moet regelmatig vervangen worden en het weken mag niet te kort maar ook niet te lang duren. Ideaal was zo rond de vijf dagen weken.

In de huidige tijd wordt stokvis niet veel meer gegeten. De ouderen onder ons kennen het vaak nog van vroeger. Je hoort dan ook wel dat niet iedereen het lekker vond.

In het dagelijks leven in de hanzesteden, zoals Deventer, kom je een verwijzing naar de stokvis vaak tegen. Een groep mensen die zich voortbewegen in een scootmobiel noemen zich de Stokvisrijders. Deventer heet tijdens de carnaval 't Stokvissegat. Aan de zijkant van de atheneumbibliotheek aan de Noordenbergstraat vinden we een stokvis met een kroontje. In de Lebuinuskerk zijn nog restanten van de kapel van de Bergenvaarders te vinden. In de kooromgang zien we het wapen van de Bergenvaarders, een gekroonde stokvis en een halve adelaar. Verder zien we koning Olav en de heulie Gertrudis met een pestkapel in haar hand.

Joomla templates by a4joomla