zoutopslagBron: De stad als ‘pleitbezorger’?
De raadsels rondom een middeleeuwse vrachtbrief in het Kamper archief ontrafeld door Dick E.H. de Boer

“In 1460 stuurde de stad Reval een eigen, Lijflandse vloot van 21 schepen naar de Baai van Bourgneuf, om aan te geven dat men niet volledig afhankelijk wilde zijn van de Hollandse aanvoerlijnen, en vooral omdat ook Lübeck en Danzig probeerden om met eigen schepen in te breken
in het feitelijke zoutmonopolie van de Hollandse schippers en die uit de IJsselsteden. Deze gang van zaken onderstreept dat de Hanzesteden in de Oostzee bij lange na geen gesloten blok waren: rivaliteit en tegengestelde belangen leidden ook daar regelmatig tot conflicten tussen en zelfs binnen de ‘viertelen’ van de Hanze. Juist in het jaar 1462, waarin Jan Claessoen uit Kampen de overeenkomst van zijn vrachtbrief ten uitvoer moest brengen, stuurde Danzig een algemene waarschuwing uit, dat kooplieden en schippers niet naar Riga, Pernau, Memel etc. moesten zeilen, omdat men in Riga de vijanden van Danzig steunde. Ook in Kampen kwam die verontrustende brief binnen, maar waarschijnlijk ruim nadat Jan Claessoen aan zijn fatale reis begonnen was.25 De Hollandse Baaivaarders waagden zich uit angst voor piraten, die met kaperbrieven de waarschuwingen kracht
bijzetten, een tijdlang niet verder dan Lübeck, totdat hun eisen waren ingewilligd om van Danzig brieven van vrijgeleide te ontvangen, die hen voor verdere problemen zouden kunnen behoeden.26 Tegen deze achtergrond moeten we de reis van Jan Claessoen plaatsen.”

Joomla templates by a4joomla