BergenvaarderskapelDe Bergenvaarders, die in een Deventer Gilde waren verenigd, waren kooplieden die uitsluitend handel dreven met de Noorse stad Bergen. Hun belangrijkste handelswaar was stokvis. Van de grote hoeveelheden van dit produkt werd een belangrijk deel doorgevoerd naar het Rijnland en Westfalen. Een slechts gering gedeelte kwam in Deventer op de markt. In 1380 werden de Bergenvaarders voor het eerst in de stadsannalen vermeld.
 
Bergen-StokvisHoe belangrijk de Stokvishandel was voor Deventer blijkt uit het feit dat heel wat kooplieden van deze voorname Hanzestad vrijwel constant in Bergen woonachtig waren. De bloeitijd van het Bergenvaardersgilde was omstreeks 1400. Door allerlei oorzaken waaronder oorlogen ging de handel voor Deventer verloren en verplaatste zich plm. 1600 naar Bremen.
 
Tot op heden worden de Deventernaren ‘Stokvissen’ genoemd. Het wapen van de Bergenvaardersgilde toont naast een halve adelaar een gekroonde stokvis. Twee van deze gekroonde stokvissen sieren de kaft van onze Stokvispost.
 
De stokvis is als consumptieartikel van de markt verdwenen. De naam herinnert aan het drogen van gezouten vis op stokken, totdat ze hard was. Na gebeukt te zijn en in water geweekt, werd de vis gekookt. Daarna werd ze fijn gemaakt en met botersaus en aardappelen in een vuurvaste schaal opgediend.
 
In de Nederlandse taal komt de stokvis voor in een aantal gezegden:
 
    Zo mager als een stokvis.
    Ieder wat van de stokvis (ieder zijn deel).
    Iemand stokvis zonder boter geven (een pak slaag toedienen).
    Ieder wat van de stokvisvellen (ieder eist zijn aandeel op).

Om verschillende redenen verdwijnt handel stokvis van D naar Bremen. Naar de stadsmuzikanten die volgens een plaatselijke gids niet uit Bremen komen.

Joomla templates by a4joomla